Direct naar inhoud
Alle artikelen

De bewijzen voor De Verhevenheid van Allāh

Dit artikel behandelt hoe Ahl As-Sunnah de Verhevenheid van Allāh عز وجل bevestigen met de Qur'ān, de Sunnah, de consensus, het verstand en de natuurlijke aanleg, aan de hand van de uitleg van Shaykh Ibn ʿUthaymīn رحمه الله op "Al-ʿAqīdah Al-Wāsiṭiyyah".

21 juni 2026 9 min lezen Ash-Shaykh Al-ʿAllāmah Ṣāliḥ Al-Uthaymīn ‏رحمه الله

SHAYKH ṢĀLIḤ IBN ʿUTHAYMĪN:

Weet dat de verhevenheid van Allāh عز وجل wordt verdeeld in twee soorten:

  • Abstracte Verhevenheid
  • Wezenlijke Verhevenheid

Wat betreft de abstracte verhevenheid, deze is bevestigd voor Allāh volgens de consensus van de mensen van de Qiblah.

Dat wil zeggen: volgens de consensus van zowel Ahlu al-Bidʿah als Ahl As-Sunnah. Zij geloven allemaal dat Allāh, de Verhevene, abstract verheven is.

Wat betreft de wezenlijke verhevenheid, deze wordt bevestigd door Ahl As-Sunnah.

De mensen van bidʿah bevestigen dit echter niet. Zij zeggen dat Allāh, de Verhevene, niet verheven is met Zijn Wezen.

Daarom beginnen wij eerst met de bewijzen van Ahl As-Sunnah voor de wezenlijke verhevenheid van Allāh, de Geprezene en Verhevene.

Ahl As-Sunnah hebben de wezenlijke verhevenheid van Allāh bewezen met:

1. De Qur'ān.

2. De Sunnah.

3. De consensus.

4. Het verstand.

5. De natuurlijke aanleg.

Ten eerste: het bewijs uit de Qurʾān.

De Qurʾān bewijst de verhevenheid van Allāh op verschillende manieren.

Soms door het noemen van al-ʿuluww (verhevenheid).

Soms door het noemen van al-fawqiyyah (bovenheid).

Soms door het noemen dat zaken van Hem neerdalen.

Soms door het noemen dat zaken tot Hem opstijgen.

En soms door het noemen dat Hij in de hemel is.

1. Het noemen van verhevenheid (العلو).

Zoals de uitspraak van Allāh, de Verhevene:

وَهُوَ ٱلْعَلِىُّ ٱلْعَظِيمُ

{En Hij is de Allerhoogste, de Geweldige.}1

En Zijn uitspraak:

سَبِّحِ ٱسْمَ رَبِّكَ ٱلْأَعْلَى

{Prijs de Naam van jouw Heer, de Allerhoogste.}2

2. Het noemen van bovenheid (الفوقية).

Zoals de uitspraak van Allāh, de Verhevene:

وَهُوَ ٱلْقَاهِرُ فَوْقَ عِبَادِهِۦ

{En Hij is de Oppermachtige boven Zijn dienaren.}3

En Zijn uitspraak:

يَخَافُونَ رَبَّهُم مِّن فَوْقِهِمْ وَيَفْعَلُونَ مَا يُؤْمَرُونَ

{Zij vrezen hun Heer boven hen, en zij doen wat hun bevolen wordt.}4

3. Het neerdalen van zaken van Hem.

Zoals de uitspraak van Allāh, de Verhevene:

يُدَبِّرُ ٱلْأَمْرَ مِنَ ٱلسَّمَآءِ إِلَى ٱلْأَرْضِ

{Hij regelt de zaak vanuit de hemel naar de aarde.}5

En Zijn uitspraak:

إِنَّا نَحْنُ نَزَّلْنَا ٱلذِّكْرَ

{Voorwaar, Wij zijn het Die de Vermaning hebben neergezonden.}6

En wat hierop lijkt (aan verzen over neerdalingen).

4. Het opstijgen van zaken tot Hem.

Zoals de uitspraak van Allāh, de Verhevene:

إِلَيْهِ يَصْعَدُ ٱلْكَلِمُ ٱلطَّيِّبُ وَٱلْعَمَلُ ٱلصَّـٰلِحُ يَرْفَعُهُۥ

{Tot Hem stijgt het goede woord op, en de goede daad verheft Hij.}7

En Zijn uitspraak:

تَعْرُجُ ٱلْمَلَـٰٓئِكَةُ وَٱلرُّوحُ إِلَيْهِ

{De Engelen en de Rūḥ (d.w.z. de engel Jibrīl) stijgen tot Hem op.}8

5. Dat Hij boven de hemel is.

Zoals de uitspraak van Allāh, de Verhevene:

ءَأَمِنتُم مَّن فِى ٱلسَّمَآءِ أَن يَخْسِفَ بِكُمُ ٱلْأَرْضَ

{Voelen jullie je veilig voor Degene Die in de hemel is, dat Hij de aarde met jullie laat wegzinken?}9

Ten tweede: het bewijs uit de Sunnah.

Wat betreft de Sunnah: deze is mutawātir overgeleverd van de Profeet ﷺ, zowel in zijn woorden, zijn daden als zijn goedkeuring.

1. Wat betreft de woorden van de Boodschapper ﷺ:

Daarin is de verhevenheid en bovenheid genoemd.

Zoals de uitspraak van de Profeet ﷺ:

سُبْحَانَ رَبِّيَ الأَعْلَى‏

«Verheerlijkt is mijn Heer, de Allerhoogste.»10

En zijn uitspraak ﷺ, toen hij de hemelen noemde:

وَاللَّهُ فَوْقَ الْعَرْشِ‏

«En Allāh is boven de Troon.»1112

Ook is gekomen dat Allāh boven de hemel is, zoals de uitspraak van de Profeet ﷺ:

أَلَا تَأْمُنونِي وَأَنا أَمينُ مَن في السَّماءِ

«Vertrouwen jullie mij niet, terwijl ik de vertrouweling ben van Degene Die in de hemel is?»13

2. Wat betreft zijn daden ﷺ:

Een voorbeeld daarvan is dat hij zijn vinger ophief naar de hemel terwijl hij de mensen toesprak tijdens de grootste bijeenkomst.

Dit vond plaats op de dag van ʿArafah, in het jaar van de afscheidsbedevaart.

De Metgezellen رضي الله عنهم hadden zich niet verzameld in een grotere bijeenkomst dan die bijeenkomst.

Degenen die met hem de ḥajj verrichtten, waren ongeveer honderdduizend. En degenen onder wie hij stierf, waren ongeveer honderdvierenentwintigduizend.

Dat wil zeggen: de algemene moslims waren aanwezig bij die bijeenkomst.

Toen zei hij ﷺ:

أَلاَ هَلْ بَلَّغْتُ

«Heb ik de boodschap overgebracht?»

Zij zeiden:

«Ja.»

Hij zei opnieuw:

«Heb ik de boodschap overgebracht?»

Zij zeiden:

«Ja.»

Hij zei opnieuw:

«Heb ik de boodschap overgebracht?»

En hij zei:

اللَّهُمَّ اشْهَدِ

«O Allāh, getuig.»

Daarbij wees hij met zijn vinger naar de hemel en richtte hij deze daarna naar de mensen.14

Tot zijn daden behoort ook dat hij zijn handen naar de hemel ophief tijdens duʿā'.

Dit is dus een bevestiging van de verhevenheid door middel van zijn daden ﷺ.

3. Wat betreft zijn goedkeuring ﷺ:

Dit komt voor in de ḥadīth van Muʿāwiyah ibn Al-Ḥakam رضي الله عنه.

Hij kwam met een slavin die hij wilde vrijlaten.

De Profeet ﷺ zei tegen haar:

أَيْنَ اللَّ

«Waar is Allāh?»

Zij zei:

15فِي السَّمَاءِ

«Boven de hemel.»

Hij zei:

مَنْ أَنَا

«Wie ben ik?»

Zij zei:

أَنْتَ رَسُولُ اللَّ

«U bent de Boodschapper van Allāh.»

Toen zei hij ﷺ:

أَعْتِقْهَا فَإِنَّهَا مُؤْمِنَةٌ

«Laat haar vrij, want zij is een gelovige.»16

Dit was een slavin die niet onderwezen was.

Gewoonlijk zijn slavinnen onwetend, vooral een slavin die niet vrij is en zichzelf niet bezit.

Toch wist zij dat haar Heer boven de hemel is.

Terwijl de dwalenden onder de kinderen van Ādam ontkennen dat Allāh in de hemel is.

Zij zeggen: óf Hij is niet boven de wereld en niet eronder, niet rechts en niet links, óf zij zeggen dat Hij overal is.

Ten derde: het bewijs van consensus.

Wat betreft het bewijs van consensus: de Salaf waren het erover eens dat Allāh, de Verhevene, met Zijn Wezen boven de hemel is.

Dit vanaf de tijd van de Boodschapper ﷺ tot aan onze tijd.

Als jij zegt: hoe waren zij het hierover eens?

Dan zeggen wij: zij lieten deze verzen en aḥādīth doorgaan zoals ze kwamen.

Dit terwijl verhevenheid, bovenheid, het neerdalen van zaken van Hem en het opstijgen van zaken tot Hem daarin telkens herhaald worden.

Zij kwamen niet met iets wat daarmee in strijd is.

Dit is consensus van hen over de betekenis ervan.

Daarom zei Shaykh al-Islām رحمه الله:

إِنَّ السَّلَفَ مُجْمِعُونَ عَلَىٰ ذَٰلِكَ

"De Salaf zijn hierover eensgezind."

En hij zei:

وَلَمْ يَقُلْ أَحَدٌ مِنْهُمْ: إِنَّ اللَّهَ لَيْسَ فِي السَّمَاءِ، أَوْ: إِنَّ اللَّهَ فِي الْأَرْضِ، أَوْ: إِنَّ اللَّهَ لَا دَاخِلَ الْعَالَمِ وَلَا خَارِجَهُ وَلَا مُتَّصِلٌ وَلَا مُنْفَصِلٌ، أَوْ: إِنَّهُ لَا تَجُوزُ الْإِشَارَةُ الْحِسِّيَّةُ إِلَيْهِ

"Niemand van hen zei: Allāh is niet boven de hemel, of: Allāh is op aarde, of: Allāh is niet binnen de wereld en niet buiten de wereld, niet verbonden en niet gescheiden, of: het is niet toegestaan om zintuiglijk naar Hem te wijzen."17

Ten vierde: het bewijs van het verstand.

Wat betreft het bewijs van het verstand, wij zeggen:

Er is geen twijfel dat Allāh عز وجل óf verheven is, óf laag is.

Dat Hij laag zou zijn, is onmogelijk, want dat is een tekortkoming.

Het zou betekenen dat iets van Zijn schepping boven Hem is.

Dan zou Hij geen volledige verhevenheid, volledige heerschappij en volledige macht hebben.

Wanneer laagheid onmogelijk is, dan is verhevenheid verplicht.

Er is ook een andere verstandelijke benadering.

Wij zeggen: verhevenheid is volgens alle verstandige mensen een eigenschap van volmaaktheid.

Wanneer het een eigenschap van volmaaktheid is, dan is het verplicht dat deze voor Allāh bevestigd wordt.

Dit omdat iedere absolute eigenschap van volmaaktheid bevestigd is voor Allāh.

Met onze uitspraak "absolute" sluiten wij relatieve volmaaktheid uit.

Dat is iets wat in de ene situatie volmaaktheid kan zijn en in een andere situatie niet.

Slaap is bijvoorbeeld op zichzelf een tekortkoming.

Maar voor degene die het nodig heeft en daardoor zijn kracht terugkrijgt, is het vanuit dat oogpunt een volmaaktheid.

Ten vijfde: het bewijs van de natuurlijke aanleg.

Wat betreft het bewijs van de natuurlijke aanleg: dit is iets waarover men niet werkelijk kan twisten of hardnekkig tegenin kan gaan.

Ieder mens is van nature aangelegd op het feit dat Allāh boven de hemel is.

Daarom, wanneer jou plotseling iets overkomt wat jij niet kunt afweren, en jij je tot Allāh, de Verhevene, wendt om het van jou af te wenden, dan richt jouw hart zich naar de hemel.

Zelfs degenen die de wezenlijke verhevenheid ontkennen, kunnen hun handen niet naar de aarde laten zakken wanneer zij duʿā' verrichten.

Deze natuurlijke aanleg kan niet ontkend worden.

Er wordt zelfs gezegd dat sommige redeloze schepselen weten dat Allāh boven de hemel is.

Zoals in de overlevering waarin vermeld wordt dat Sulaymān ibn Dāwūd عليهما الصلاة والسلام op een dag met de mensen naar buiten ging om regen te vragen.

Toen hij naar buiten ging, zag hij een mier op haar rug liggen, terwijl zij haar poten naar de hemel ophief en zei:

«O Allāh, wij zijn een schepping van Uw schepping. Wij kunnen niet zonder Uw regen.»

Toen zei hij:

«Keer terug, want jullie zijn voorzien van regen vanwege de smeekbede van een ander dan jullie.»18

Dit is een natuurlijke ingeving.

Samengevat: dat Allāh boven de hemel is, is iets wat bekend is door de natuurlijke aanleg.

Bij Allāh, als de natuurlijke aanleg van degenen die dit ontkennen niet bedorven was, dan zouden zij weten dat Allāh boven de hemel is zonder ook maar enig boek te raadplegen.

Want een zaak waarop de natuurlijke aanleg wijst, heeft geen raadpleging van boeken nodig.

Voetnoten

  1. 1.Sūrat Al-Baqarah (2):255
  2. 2.Sūrat Al-Aʿlā (87):1
  3. 3.Sūrat Al-Anʿām (6):18
  4. 4.Sūrat An-Naḥl (16):50
  5. 5.Sūrat As-Sajdah (32):5
  6. 6.Sūrat Al-Ḥijr (15):9
  7. 7.Sūrat Fāṭir (35):10
  8. 8.Sūrat Al-Maʿārij (70):4
  9. 9.Sūrat Al-Mulk (67):16
  10. 10.Overgeleverd door Muslim, nr. 772, via de ḥadīth van Ḥudhayfah رضي الله عنه.
  11. 11.Overgeleverd door Ibn Khuzaymah in Kitāb at-Tawḥīd, deel 1, p. 244, en Aṭ-Ṭabarānī in Al-Muʿjam al-Kabīr, deel 9, p. 228. Imam Adh-Dhahabī verklaarde de keten ervan authentiek in Mukhtaṣar al-ʿUluww, p. 48, via de ḥadīth van ʿAbdullāh ibn Masʿūd رضي الله عنه.
  12. 12.Toelichting van de vertaler: Shaykh Ibn ʿUthaymīn رحمه الله vermeldde in al-Qawl al-Mufīd ʿalā Kitāb at-Tawḥīd dat deze overlevering mawqūf is op Ibn Masʿūd رضي الله عنه, maar dat zij behoort tot zaken waarin geen ruimte is voor persoonlijke opinie. Daarom heeft zij de حكم الرفع, omdat Ibn Masʿūd رضي الله عنه niet bekendstond om het overnemen van Isrā'īliyyāt (berichten van Banī Isrā'īl).
  13. 13.Overgeleverd door Al-Bukhārī, nr. 4351, en Muslim, nr. 1064, via Abū Saʿīd Al-Khudrī رضي الله عنه.
  14. 14.Overgeleverd door Muslim, nr. 1218, via de lange ḥadīth van Jābir ibn ʿAbdillāh رضي الله عنهما over de beschrijving van de ḥajj van de Profeet ﷺ.
  15. 15.Toelichting van de vertaler: Met فِي السَّمَاءِ wordt niet bedoeld dat Allah binnenin de geschapen hemel is. Dat is onmogelijk. In het Arabisch kan فِي soms de betekenis hebben van على: “op” of “boven”. Bijvoorbeeld: فَسِيحُوا فِي الْأَرْضِ betekent: “trek rond over de aarde”, niet: “binnenin de aarde.” De betekenis is dus: Allah is boven de hemel(en), verheven boven Zijn schepping.
  16. 16.Overgeleverd door Muslim, nr. 537.
  17. 17.Ibn Taymiyyah, Majmūʿ al-Fatāwā, deel 5, p. 15, uitgeverij: Mujammaʿ al-Malik Fahd li-Ṭibāʿat al-Muṣḥaf ash-Sharīf.
  18. 18.Deze overlevering werd eerder vermeld in de aangehaalde bron.

Bron: Sharḥ Al-ʿAqīdah Al-Wāsiṭiyyah: hoofdstuk: Ithbāt ʿUluww Allāh ʿalā Makhlūqātih, p. 388-393. Uitgeverij: Dār Ibn Al-Jawzī li An-Nashr wa At-Tawzīʿ.

Deel dit artikel:Delen via WhatsApp

Gerelateerde artikelen