Direct naar inhoud
Alle artikelen

Het oordeel over het zeggen van "ṣadaqa Allāhu Al-ʿAẓīm" na Qurʾān-recitatie

20 juni 2026 2 min lezen Shaykh ʿAbd Al-ʿAzīz ibn Bāz رحمه الله

DE VRAAG:

Is het toegestaan om "ṣadaqa Allāhu al-ʿAẓīm" te zeggen na het beëindigen van het reciteren van de Edele Qurʾān?

Ik hoop dat u dit uitvoerig wilt verduidelijken.


HET ANTWOORD:

Dat veel mensen gewend zijn om na het beëindigen van het reciteren van de Edele Qurʾān te zeggen: "ṣadaqa Allāhu al-ʿAẓīm", heeft geen basis.

Het is daarom niet gepast om dit als gewoonte aan te nemen.

Sterker nog, volgens de islamitische regel valt dit onder de bidʿah (innovatie) wanneer degene die het zegt gelooft dat het een Sunnah is.

Daarom behoort men dit te laten en er geen gewoonte van te maken, vanwege het ontbreken van bewijs.

Wat betreft de uitspraak van Allah, de Verhevene:

قُلْ صَدَقَ ٱللَّهُ

{Zeg: Allāh heeft de waarheid gesproken.}1

Deze āyah gaat niet over deze kwestie (na de recitatie).

Allah, de Almachtige en Majesteitelijke, beval Zijn Profeet ﷺ hiermee om aan hen duidelijk te maken dat Allah waarachtig is in wat Hij heeft verduidelijkt in Zijn geweldige Boeken, zoals de Tawrah en andere openbaringen.

En dat Hij waarachtig is in wat Hij aan Zijn dienaren heeft verduidelijkt in Zijn geweldige Boek: De Qur'ān.

Maar dit is geen bewijs dat het aanbevolen is om dit te zeggen na het reciteren van de Qur'ān, of na het reciteren van enkele āyāt, of na het reciteren van een sūrah.

Want dit is niet bevestigd en ook niet bekend van de Profeet ﷺ, noch van zijn Metgezellen, moge Allah tevreden met hen zijn.

Toen Ibn Masʿūd رضي الله عنه voor de Profeet ﷺ uit het begin van Sūrat An-Nisā' reciteerde, totdat hij kwam bij de uitspraak van Allah, de Verhevene:

فَكَيْفَ إِذَا جِئْنَا مِن كُلِّ أُمَّةٍۭ بِشَهِيدٍۢ وَجِئْنَا بِكَ عَلَىٰ هَـٰٓؤُلَآءِ شَهِيدًۭا

{Hoe zal het dan zijn als Wij uit elke gemeenschap een getuige brengen en Wij jou als getuige over hen brengen?}2

Toen zei de Profeet ﷺ tegen hem:

«ḥasbuk (Dat is genoeg)»

Ibn Masʿūd رضي الله عنه zei vervolgens:

«Toen keek ik naar hem, en zijn ogen vloeiden van tranen.»

Dat wil zeggen: hij ﷺ huilde toen hij zich deze geweldige situatie op de Dag der Opstanding herinnerde, die in deze āyah wordt genoemd.

De uitspraak van Allah:

وَجِئْنَا بِكَ عَلَىٰ هَـٰٓؤُلَآءِ شَهِيدًۭا

{en Wij jou als getuige over hen brengen?}

Dat wil zeggen: O Muḥammad, als getuige over zijn gemeenschap ﷺ.

Voor zover wij weten, heeft niemand van de mensen van kennis overgeleverd dat Ibn Masʿūd رضي الله عنه, nadat de Profeet ﷺ tegen hem zei: "ḥasbuk", daarna zei: "ṣadaqa Allāhu al-ʿAẓīm".

De bedoeling is dus dat het afsluiten van de recitatie van de Qurʾān met de uitspraak "ṣadaqa Allāhu al-ʿAẓīm" geen basis heeft in de zuivere islamitische wetgeving.

Maar als iemand dit soms doet vanwege een bepaalde aanleiding die daartoe vraagt, dan is daar geen bezwaar tegen.

3

Voetnoten

  1. 1.Sūrat Āl ʿImrān (3):95
  2. 2.Sūrat An-Nisāʾ (4):41
  3. 3.Bron: Majmūʿ Fatāwā wa Maqālāt ash-Shaykh Ibn Bāz, deel 7, p. 333.

Gerelateerde artikelen

Waarschuwen tegen innovaties 1 min

Het reciteren van al-Fātiḥah en Yā-Sīn bij de graven

8 juni 2026

Bij het bezoeken van graven verrichten sommige mensen bepaalde handelingen die zij als goed beschouwen. Maar wat is daarin werkelijk voorgeschreven? In deze korte fatwa van Ash-Shaykh Al-Mufti Ṣāliḥ Al-Fawzān wordt dit helder toegelicht.

Lees artikel